Home journey reports Journey reports in general Verslag bezoek aan Same oktober 2009

Verslag bezoek aan Same oktober 2009

Tilburgse delegatie bezoekt partnergemeente
Voorzitter Tanzania werkgroep doet verslag van zijn eerste bezoek aan Same

Roffelende apenpootjes wekken me dagelijks in Same. Elke morgen om een uur of zes ratelen ze over het zinken schuine dak van mijn kamer en krijsen dat de dag begint. Ik val uit mijn droom; een droom met spetterende regenbuien en schooltjes met een prachtig, eenvoudig systeem om regenwater op te vangen. Ook zonder Freud is wel duidelijk wat ik wens voor dit schitterend groot land, dat zo onbarmhartig geteisterd wordt door droogte.

[Suggestie foto 963]

Zonder Agleet, maar met burgemeester de droogte in
Twee weken Tanzania. Twee weken een ander leven. Op pad zonder Agleet, 7000 km zuidelijker, met een delegatie die de stedenband Tilburg – Same breed vertegenwoordigt. Die delegatie heeft wel iets. Een vreemd gezelschap zo op het eerste gezicht, maar al heel snel één club. Ver weg verbroedert, zeker, maar er is meer. Er is het gevoel dat we daar gezamenlijk zinnige dingen gaan doen. De ziekenhuisgroep met Jan Molkenboer die als geen ander de ziel van Afrika voelt kloppen, ‘William the dentist’ van Dooren die  met 30 kilo tandarts - ijzerwaar op pad is en Loeks van der Veen, standvastig teambuilder.
De gemeente is er niet alleen met Mama Lydia Schijven en haar wonderboys Michel Blezer, Bas van Rijsbergen en Anton Bloem (‘Kiboko’: de lange), maar voor het eerst gaan ook burgemeester Ruud Vreeman en zijn vrouw Ronny mee. Vreeman paart een scherpe analyse aan een groot hart voor kwetsbaren. Dit reisverslag leent zich niet voor politieke of bestuurlijke opmerkingen, hoewel tijdens onze reis al de schaduw van het Midi-rapport voelbaar is. Als reisgenoot blijkt Ruud Vreeman in de context van ontwikkelingssamenwerking een prima waarnemer, kritisch maar uitgesproken enthousiast over de projectresultaten. Voor ons als stedenbandorganisatie is het treurig dat zijn opgedane ervaring en enthousiasme niet zal doorklinken in college en raad.
En dan was er natuurlijk vanuit de Tanzania werkgroep Mama Marga: goedmoedig waar het kon, dansend waar het mocht en scherp waar het moest. Symbool en hart van een duurzame en effectieve samenwerking.
Op vliegveld Kilimanjaro stempelt de beambte mijn visum: ‘ 5 Oct KIA-Tanzania’.  Tanzania en de Tanzanianen  stempelen mij: ‘ Same ga je niet meer vergeten’.
Een immens en fantastisch landschap, onbarmhartig geteisterd door droogte, maar levendig met overal toenemende bedrijvigheid, woninkjes die worden opgetrokken, verhoogd schoolbezoek, verbeterd percentage kinderen in vervolgonderwijs.

[Suggestie foto 972]

Land waar de zon het leefritme bepaalt. Geen elektrisch licht of stromend water in de woninkjes. Same stad met  25.000 inwoners, de dorpjes in het district: zonder straten, straatnamen en plattegrond. Een structuur van zandpaden. Als je wilt bouwen, zoek je een plek en start je je eigen steenproductie, met de kenmerkende rode leemgrond. Misschien maak je zelf een steenoven als je denkt dat je aan stookhout kunt komen. Een woning is vaak een onderneming van jaren … : telkens één steenlaag hoger als je cement kunt kopen. Tenslotte het dak: een houtconstructie met zinken golfplaten. Bij ruim 30 graden tijdens ons bezoek in ieder geval een bakoven. Wat ook opvalt: dakgoten en regenpijpen ontbreken, bij de huizen en ook bij de openbare gebouwen. Zo verdwijnt het regenwater razendsnel. Later die week weten we waar het over gaat, in de gesprekken over ‘rain harvesting projects’.

Jeugd stempelt toekomst en mij
Terug naar het elektrische licht. Op één van mijn wandelingen van het districtskantoor naar het hotel sprak ik rond half zes langere tijd, al lopend, een veerienjarig meisje dat van school kwam. Het begint gewoon met haar ‘habari gani’ en mijn ‘nzuri, asante sana’: Hoe gaat het? Goed, dankjewel! Ze loopt in uniform en met boekentas. Omdat er in Same te weinig schoolplekken zijn ligt haar school 12 kilometer verderop. Elke dag 2 tot 2,5 uur heen en 2,5 uur terug. ‘Hoe studeer je dan ’s avonds als je geen licht hebt?’, vraag ik haar. ‘I have a torch’. Een zaklamp dus. Haar Engels is beter dan het mijne. Gedreven schetst ze me haar toekomst. Ze gaat het maken. ‘For sure’. Ik geloof haar.
Dit meisje. De weeskinderen van het Padre Pio weeshuis. Theofile - de gids in het wildpark, die 600 kilometer van huis werkt en spaart voor studiegeld. Yusuph, het schoenpoetsertje in Moshi.  Sophia van het Elephant Motel. De honderden kinderen van de basisschool in Njoro; zij kwamen op hun vrije dag naar school, om ons te verwelkomen, met verwachtingsvolle oogjes en in hun zondagse pak. Het jochie van twaalf dat droomt de nieuwe Drogba te worden. De kinderen die achter ons hotel met brokjes natuursteen knikkerden. De jongeren van de Chanjale school voor beroepsonderwijs die hard hebben gespaard en gewerkt om hun schoolgeld bijeen te sprokkelen en snakken naar oude motorblokken of een oud model freesmachine. Maar onveranderlijk met een uitstraling dat ze er gaan komen, reken daar maar op!
Het zijn deze ontmoetingen met de jeugd die op mij het stempel ‘dit ga je niet vergeten’ drukken.

[Suggestie foto 960]

Tussen jeugd en top …
Maar dan, daarna, lijkt er een breuk te ontstaan. Slechts een kleine groep toppers lijkt de weg te vinden naar een universitaire opleiding en, nog ernstiger, weinigen slagen er in na een beroepsopleiding een bedrijfje op te zetten. Er is geen economische infrastructuur met wat voor vangnet dan ook. Alleen de allersterksten halen dat.
De afhakers, die ik alleen op afstand heb gezien, biljartend, rondhangend, sugar-cane-kauwend, lijken teleurgestelde overlevers,  met een blik van één dag ver.
De toplaag in district en diocees vond ik indrukwekkend. Een arsenaal aan mensen met een prima opleiding, goed gekwalificeerd. Maar er valt in dit land nog zo weinig te leiden.
Leiders zonder kader. Onder die toplaag lijkt te lang niks te komen, lijkt een middenkader te ontbreken.
Daarom zouden misschien al op school gilden van metselaars, timmerlieden, smeden, monteurs en boeren moeten worden gevormd, om goedkoper microfinanciering te krijgen en om een sterk midden- en kleinbedrijf te laten ontstaan. Ik weet wel, het is vooral een nog sterk emotionele evaluatie.

[Suggestie foto 1008]

Armoede? Ongetwijfeld. Maar ook een samenhang die verbaast. 120 stammen, een tiental godsdiensten, en een verdraagzaamheid die de onze  op het eerste gezicht meer dan evenaart. En een opgewektheid en een hartelijkheid die wij in het westen misschien juist met de welvaart zijn kwijtgeraakt.

De geweldenaar, de legende en de geit
Genoeg beschouwing. Na indrukwekkend lange ontvangsten, kennismakingen en voorstelrondes gaan we woensdagmorgen de bergen in, naar Vudee Juu. De Tanzania werkgroep heeft hier een irrigatieproject ondersteund.

{Suggestie foto 690}

Het werd uitgevoerd onder leiding van Joseph Mziray. Een geweldenaar. In zes maanden tijd werden negen spaarbekkens gebouwd waarin bronwater uit de bergen wordt opgevangen en werden kanaaltjes gegraven en met brokken natuursteen gestut. Een watercommissie werd opgericht die volgorde en frequentie van irrigatie regelt. Joseph, de kleine grote man, heeft gezag. Hij heeft het dorp op dat doel weten te binden. Op elk spaarbekken zijn een vijftigtal akkers aangesloten. Het “wonder” komt echter nog: als we het hoogste punt bereiken overzien we een relatief groene oase in een uitgeput, verdord landschap. Tilburgers hebben hier voor duizenden de voedselvoorziening, waarschijnlijk duurzaam, ondersteund. Ik constateer dat sleutelfiguren als Joseph bepalend zijn voor het welslagen van projecten.
We bezoeken ook het dorp Nkomamkwavi.  Hier is het Honorata Mvungi,  een levende legende binnen de Tanzania werkgroep, die leiding heeft gegeven aan een waterproject dat gebruik maakt van de zwaartekracht. Het water wordt gehaald uit een hoger gelegen bron. Door middel van leidingen komt het water in Nkomamkwavi . Dankzij de zwaartekracht is er waterdruk en hoeven er geen kosten gemaakt te worden voor de aanschaf van pompen en brandstof. Ook hier een gekozen comité voor het beheer.
Heel gemakkelijk wordt ook ik opgenomen in een dansende en joelende (hoe heet eigenlijk, met die supersnelle tongbewegingen?) menigte mannen, vrouwen en kinderen. Het zijn vooral de vrouwen in dit land die de veranderingen dragen. Bij de officiële dankceremonie zitten we tegenover een lange rij dorpsoudsten. Dat zijn dan wel weer mannen. Ook hier heeft men voorstelrondes tot kunst verheven en neemt men de tijd voor toespraken, en vertalingen. En dan het moment suprême: daar komt de coca cola, doorgedrongen tot in de verste uithoeken van de wereld. Met rijst, brokjes vlees en pens. Een feestmaal voor de eregasten. Ik doe ik graag mee.

[Suggestie foto 704]

En dan: vooruit met de geit! Vreeman mag een geit, als dank voor het waterproject, in ontvangst nemen. Hij doet dat met verve. ’s Avonds wordt een plan gesmeed om de geit gefotoshopt business-class naar Nederland te laten reizen. In werkelijkheid wordt de geit weggeschonken en wordt een zusje in Brabant aangeschaft en gepresenteerd in het college. Die geit gaat naar de kinderboerderij in de Reeshof.

Bij de Maasai
Nog een indringende ervaring; het bezoek aan de Maasai, in de nederzetting Lesirwai. Op een zandvlakte, 40 kilometer van de weg, hebben zij zich daar gevestigd. De droogte dwong deze nomaden tot een semi-nomadische leefstijl.
De Tanzania werkgroep steunt hier de bouw van een schooltje en van een winkel voor eerste levensbehoeften. Tijdrovende dagtochten voor levensmiddelen worden zo beperkt. De winkel is ook hier weer het werk van een vrouwengroep. Een krachtige, jonge Maasai-vrouw houdt de toespraak, die vervolgens in een envelop aan de delegatie wordt overhandigd. Ronny Vreeman verricht samen met Marga de opening. En alsof dit nog niet genoeg was mochten Ruud Vreeman en ondergetekende nog een boompje planten. Ook de Maasai zijn dol op ceremonieel vertoon.
In het schooltje meng ik me tussen de kinderen. Ik heb een onderwijsachtergrond en kan dus redelijk leeftijd en leerniveau met elkaar vergelijken. Zowel hier als in de Ishinde en Njoro was ik verrast over de kwaliteit van het werk van de (beste!) leerlingen. Het mooiste van de dag blijft dan toch die kinderoogjes zien sprankelen bij de meegebrachte puzzels, ballen, bellenblazers en autootjes.
Hier ook een bijzondere ontmoeting met Samuel, een kreupele Maasai-onderwijzer. Samuel zou normaal gesproken ‘gewoon’ achtergelaten zijn door de verder trekkende Maasai. Ik begrijp van hem dat ze zijn handicap pas later hebben gezien. Hij heeft gewoon geluk gehad. Samuel geeft les in Lesirwai. Hij heeft mij de eerste stapjes van de Maasai-taal geleerd. ‘Kejiaa engarna ino? Aaji engarna aai Adriani ‘. ‘Hoe heet je? Ik heet Ad!’
Voordat we weggaan mogen we één hut van drie bezichtigen. Een redelijk welvarende Maasai, want drie hutten is drie vrouwen. Vrouwen die elk hun eigen hut hebben gebouwd. De man moet immers op zijn van God gegeven vee passen en is onderweg. Zoveel dagen en nachten met alleen je kudde en jezelf als gezelschap moet diepe filosofische gedachten opleveren. Samuel moet me maar eens snel Maasai leren …

Duurzame projecten
De ritten naar projecten worden een beetje routine, maar dat geldt allerminst voor de ontmoetingen met de mensen. Het fantastische Kisiwani, waar Mayke Molkenboer het startsein gaf voor de verdere ontwikkeling van een visvijver, het project financieel management van de gemeente Tilburg op lokaal niveau in het dorp Mwembe, het draadloze IT-netwerk,  het regionale ziekenhuisje in Bwambo,  het weeshuis van de Indiase zusters, en zoveel meer.
Het meest imponeert mij de duurzaamheid van de projecten. Het duurzame karakter van de stedenband heeft daar zeker mee te maken, maar de mensen van Same zijn toch zelf de eerste dragers van het succes. Dankzij democratische politiek, een breed gesteund beleid van president Kikwete, de krachtige districtsbestuurder Mr.Iddi, een vernieuwd diocees met  mensen als de fathers Rogath en  Deo en,  last but not least, met Dr. Norbert Mchomvu.

[Suggestie foto 833]

Mijn mooiste moment
Twee weken Tanzania, twee weken Same. In het weekend het Tarangire wildpark. Met Jan, Willem, Marga en Bas en begeleid door Mister Humbe: een safari die me zal bijblijven. De ochtend stap ik uit de tent die ik deel met Bas en sta voor een onbeschrijflijk mooi land in de ochtendzon.
’s-Nachts zijn de olifanten tussen de tenten door gelopen. En ik maar denken dat Bas snurkte. Sorry Bas. We zien ze allemaal: olifanten, giraffen, knobbelzwijnen, impala’s, zebra’s, apen, dik-dik’s, waterbucks, leeuwen. Mooiste moment: een telefoontje vanuit Same aan Mr Humbe. Het heeft geregend! Mr. Humbe roept me toe: ‘Rainmaker!’.  De avond voor de safari heb ik in een toespraak father Deo uitgedaagd zijn hotline naar de Almachtige op vrijdag om zes uur te gebruiken en regen te verordonneren. Waar diende anders die lange opleiding in Rome toch voor!? En als de apen op tijd zijn doe ik gelijktijdig mee. Samen moeten we de klus kunnen klaren. Gebed verhoord en tot rainmaker gedoopt!
Donderdagavond: farewell-party. Plechtigheden en toespraken. De vriendelijkheid van de Tanzanianen is spreekwoordelijk, de avond buiten in de sfeervolle tuin zal ons allemaal wel een tikje gevoeliger maken, maar ze zijn er echt: nieuwe ambities, versterkte banden, krachtiger vertrouwen. Om half twaalf mag ik namens de gehele Tilburgse delegatie de week overzien en de delegatie, onze gastheren en gastvrouwen bedanken:
Onvergetelijk Same, Asante sana, sana.
Ad van der Bruggen
Voorzitter Tanzania werkgroep

Doneer hier voor project water- en voedsel in dorp Kisesa

Wilt u ook iets meer doen dan alleen maar kijken? U kunt hier een donatie doen. Elk bedrag hoe klein ook, wordt zeer gewaardeerd (u kunt het voorgedrukt bedrag gewoon wijzigen)
Donate:
  Once Once
Currency
 EUR
Amount

Aangeboden door DcP Shop