Geslaagde Tanzania reis 12 leerlingen 2College

Op 31 januari 2008 vertrokken Margot Simons, Nicole Monsieurs, Bart Happel, Daan van Beek, Kirsty Mac Gillavry, Maud van Soest, Carla Verbruggen, Wynchell Cijntje, Sanne Versteijnen, Britt van Spaendonk, Lieke van der Steen en Milan Wijtvliet voor zestien dagen naar Tanzania. De leerlingen van het 2College Cobbenhagen bezochten scholen, draaiden drie dagen mee als kostschoolleerling en staken de handen uit de mouwen bij projecten.12_leerlingen

Marga Genemans en de docenten Twan Jenniskens en Karin Bartelsman begeleidden hen.In de reis, tot stand gekomen in samenwerking met de Tanzania werkgroep en Stichting Xplore, stond kennismaking met elkaars leefwijze en cultuur centraal.
Met dit initiatief wil de stichting Xplore bereiken dat jongeren de noodzaak van ontwikkelingssamenwerking inzien. Maar hoe hebben de leerlingen het zelf ervaren? Ik las hun dagboeken en raakte onder de indruk.

Cultuurschok
In de eerste dagen blijkt dat zowel de Tanzanianen als de jongeren moeten wennen aan elkaar. Op de Maasai veemarkt in Mgagau wekt de groep nieuwsgierige blikken, en daar voelde onder andere Sanne zich ongemakkelijk bij: ‘Niemand voelde zich echt op zijn gemak aangezien je door iedereen aangekeken werd.
Kan eigenlijk ook niet anders, we zagen allemaal nog zo wit … Al snel stond ik in het midden en daarom heen allemaal Maasai mensen.’ De handelaren wisten de jongeren al snel te vinden en probeerden hun waar te slijten, of vroegen geld, zoals Winchell meemaakte: ‘Een man die redelijk goed Engels kan praten kwam naar mij toe, hij wou een beetje vriendjes worden. Na wat met hem gepraat te hebben werd het me duidelijk dat hij geld wilde voor sigaretten. Maar dat is niet doorgegaan.’ Carla vroeg zich af of dit wel de juiste manier was om Tanzania te
leren kennen: ‘Je bent er de eerste dag en je komt al gelijk in een markt waar iedereen je aan kijkt … We staan nog zo ver van de mensen af. Hopelijk verandert dat deze dagen.’
De derde dag vertrokken de leerlingen naar de kostschool Chanjale, waar zij drie dagen het programma zouden volgen van de leerlingen. Dit betekende het mee volgen van de lessen, ingedeeld in groepjes overnachten in slaapzalen, wassen in een emmer en ‘eten wat de pot schaft’. Uit de verhalen blijkt dat zowel de Tanzaniaanse als de Nederlandse leerlingen soms moeite hadden om elkaar te begrijpen, ondanks al hun inzet en goede wil.
Bij aankomst op Chanjale kregen de leerlingen een ‘buddy’ aangewezen, die verantwoordelijk werd gesteld voor de Nederlandse jongere. Deze buddy’s waren heel zorgzaam en namen hun taak erg serieus, soms een beetje te serieus in Nederlandse ogen. ‘Ze hielpen je overal bij, je mocht helemaal niets alleen doen en je eigen spullen niet dragen’, schrijft Margot. En mee-eten met de pot bleek ook niet eenvoudig: de Nederlandse jongeren hadden moeite met het Tanzaniaanse voedsel en kregen na een dag andere maaltijden dan hun klasgenoten. Hoewel ze er blij mee waren, vonden een aantal leerlingen dit ook heel vervelend: ‘Ik schaamde me dood met mijn duurdere en gevarieerde voedsel’, schrijft Maud.
‘Drie dagen met een paar hapjes super voedzaam eten en wat sultana’s overleef ik ook nog wel hoor.’ De Tanzaniaanse buddy van Bart voelde zich erg schuldig en bood zijn excuses aan over het Tanzaniaanse eten, waarop Bart hem zei ‘In Holland we do not have any problems, but we are good in making them.’ Hier kon zijn buddy Martin wel om lachen. De leerlingen kijken hun ogen uit op Chanjale, met alle rituelen en gewoonten.
Als de leraar niet komt werken de leerlingen bijvoorbeeld gewoon verder. Het valt Daan op dat de leerlingen zo ontzettend gemotiveerd zijn: ‘In Tanzania hebben de kinderen niks dus ze hebben de motivatie om te leren terwijl wij in Nederland alles al hebben dus wij hebben niet het idee dat we met onze toekomst bezig zijn.’ De posters die worden gemaakt, krijgen een speciale plaats, eentje zelfs onder het beeld van Jezus. Volgens Bart zou er op hun school in Tilburg na vijf minuten niets meer van zo’n poster overblijven, maar: ‘Op deze school daarentegen zou het mij niets verbazen dat als ik deze school na vijf jaar weer opzoek, dezelfde posters op hun eigen plekje hangen.’
Maar de leerlingen hebben ook veel lol met elkaar. ’s Avonds op de slaapzaal werd er volgens Britt gedanst, gezongen en woordjes geleerd. ‘Margot en ik gingen nog stijldansen. Het was echt superleuk!’ Ook vragen de leerlingen elkaar de hemd van het lijf. Na drie zware maar zeer indrukwekkende dagen zijn er vriendschappen gesloten en gaan de leerlingen uit Tilburg met een gevoel van dankbaarheid terug naar Same: ‘Het was erg mooi en indrukwekkend allemaal, maar ook moeilijk. We hebben deze dagen zoveel mee mogen maken, om te gast te zijn op deze school het is gewoon onvergetelijk’, schrijft Sanne.

Eten, werken en weer eten12_leerlingen_in_tanzania

Op de daarop volgende dagen togen de jongeren onder andere naar een wegenbouwproject en een irrigatieproject. Vooral het wegenbouwproject maakte veel indruk: ‘Dit werk is echt heel zwaar en zeker als het dertig graden is. Hoe ze het hier een hele dag volhouden is mij echt een vraag …’, aldus Sanne. Wat de jongeren opvalt is de vriendelijkheid en de gastvrijheid van de mensen. Men ontvangt hen met zang, dans en eten. Sommige leerlingen voelden zich bezwaard over al het eten, terwijl de arbeiders zo hard aan het werk zijn. Daan: ‘Ze hadden speciaal voor ons rijst, gebakken bananen en vlees gekookt. Terwijl die mensen het zelf met mais moesten doen als dagelijkse kost.’ Lieke: ‘Toen voelde ik me eigenlijk wel een beetje schuldig tegenover al die mensen. Iedereen werkt daar keihard voor een klein beetje eten, ze krijgen daar namelijk geen geld als salaris maar bijvoorbeeld wat maïs, en wij krijgen een hele maaltijd voorgeschoteld. Dan kun je het natuurlijk ook echt niet maken om je bord niet leeg te eten.’
Op de negende dag bezoeken de leerlingen Dido en planten er hun eigen boom. De plek maakt grote indruk. ‘De rit was wel echt supermooi!’, vertelt Britt. ‘We reden over smalle hobbelige paadjes, langs een hele diepe afgrond, en langs de weg was geen vangrail. Best spannend dus. Maar het uitzicht was echt geweldig! Je kon kilometers ver weg kijken.’ Iedere leerling kreeg een boompje om te planten. Maud: ‘Echt een vet idee dat er een boom van mij in Tanzania staat.’
Naast de gastvrijheid en vriendelijkheid valt de leerlingen ook op hoe zij overal weer worden opgewacht met een complete en uitgebreide maaltijd, hoe moeilijk de situatie er ook is. ‘Na de speeches kregen we te horen dat wat we hadden gegeten pas het ontbijt was en we kregen dus onze tweede maaltijd’ vertelt Carla over de aankomst bij het wegenproject. Of tijdens het bomen planten in Dido: ‘Na het planten van de boompjes kregen we eten en drinken (voor de verandering).’ Al op de eerste dag schrijft Maud:
‘Ik hoop dat we niet overal zo veel eten krijgen want dan kom ik straks nog aan ook. Die mensen hier zullen het vast niet zo goed hebben als wij nu.’

‘Al die lieve kindjes: je zou ze zo mee naar huis willen nemen’
Naast de kostschool bezoeken de leerlingen nog twee andere scholen, de Mother Kevin basisschool en de Assisi Secondary School, waar ook de weeskinderen van Padre Pio zijn gehuisvest. De leerlingen van Cobbenhagen hadden spelletjes voorbereid en een actief programma in elkaar gezet. ‘Het was een zeer indrukwekkende
gezellige middag met hele lieve kindjes, ook al waren er veel kindjes erg verlegen en wisten ze niet goed wat ze moesten doen’ vertelt Nicole. Volgens Carla krijg je met sommige kinderen al heel snel een band. ‘Toen ik weg ging had ik wel het gevoel dat alle kinderen een leuke dag hadden gehad.’
Op de veertiende en laatste dag brachten de leerlingen een bezoek aan de Assisi school. Ook hier werden ze weer warm onthaald met zang en dans. Elk koppel van leerlingen kreeg twintig kindjes toegewezen om te bellenblazen, touwtjespringen en andere spelletjes mee te doen. ‘Ook werden we gevraagd om een boompje te planten, zodat ze ons niet zouden vergeten. Ondertussen kwamen al die kindjes aan je hangen, bij je staan, handjes geven etc. ze waren gewoon ontzettend lief,’ schrijft Carla.
De poppenkastshow van Carla, Britt, Winchell en Daan viel goed in de smaak bij de kinderen, vertelt Kirsty: ‘Dat was echt leuk om te zien, want al die kindjes gingen helemaal op in het verhaal en zaten ook echt aandachtig te luisteren.’ Het afscheid nemen van al die lieve kindjes viel zwaar. Sanne zou ze eigenlijk zo mee naar huis willen nemen.

Zwaar, maar onvergetelijk
Wat heeft die twee weken de leerlingen opgeleverd? Zijn ze zich bewuster geworden van het belang van ontwikkelingssamenwerking, heeft de uitwisseling van culturen en gewoonten daadwerkelijk plaatsgevonden? Over dat laatste valt niet te twisten, getuige de verhalen over het verblijf op Chanjale. Veel leerlingen schrijven dat de tijd in Tanzania hen enorm veel heeft geleerd. En het staat vast dat de leerlingen anders tegen zaken aan zijn gaan kijken, zoals Margot: ‘De mensen zijn zo gelukkig en dankbaar voor alle kleine dingen. Ik weet zeker dat als ik terug ben in Nederland dat ik zeker anders tegen sommige dingen aan zal kijken. Ik denk dat ik dankbaarder zal zijn.’ ‘Wat ik erg zal gaan missen is de vriendelijkheid en de gastvrijheid van de mensen hier (cultuur), de natuur en eigenlijk alles wel,’ schrijft Sanne. Ontwikkelingssamenwerking is zeker in de toekomst van groot belang; ‘ze kunnen alle hulp goed gebruiken.’
Terug in Nederland vallen de verschillen op. ‘Nederland is echt vol! Best lelijk eigenlijk. Derde wereldlanden gaan zich hopelijk niet kopiëren aan de Westerse wereld.’ En ook de ontvangst in Nederland is niet te vergelijken met Tanzania: ‘Op school werden we “warm” ontvangen. Natuurlijk wel iets anders als in Tanzania, en gelukkig begonnen niet al onze ouders/mensen vanuit school te zingen en te dansen!’ Sanne zal de reis nooit vergeten: ‘Twan, Karin, Marga en zeker niet vergeten de stichting Xplore ontzettend bedankt voor deze geweldige mooie, ontroerende en schitterende reis ervaring.’

Susan Albers,
met dank aan de leerlingen en hun begeleiders